Geschiedenis

Hieronder volgt een uitgebreide beschrijving van de geschiedenis van het VU-koor geschreven ter gelegenheid van het lustrum in 1995 en bijgewerkt in 2000.

Bron: Lustrumboekjes uit 1995 en 2000

1945 − 1955 De aanloop

1955 − 1960 Het begin;

1960 − 1975 De opkomst;

1975 − 1977 Intermezzo;

1977 − 1984 Een nieuw tijdperk;

1984 − 2000;

De dirigenten van het VU-koor

De repetitoren van het VU-koor

Drie dirigenten van het VU-koor

Wisten jullie dat.......

Overzichten

1945 − 1955 De aanloop

Societas Artis Amantium Universitatis Liberae (S.A.U.L.) wordt opgericht op 14 december 1945, met als doel "de culturele belangstelling en de artistieke prestaties van de studenten aan de Vrije Universiteit te bevorderen".

Tussen de algemene studentenvereniging S.A.U.L., het Studentencorps van de VU en de VVSVU (Vereniging van Vrouwelijke Studenten aan de Vrije Universiteit) bestaan nauwe banden. Wanneer in de eerste helft van 1950 het Corps een lustrum viert, treedt een voor deze gelegenheid geformeerd studentenkoor op, o.l.v. A.J. de Graaf. Daar een en ander goed bevallen is komt het in november 1950 tot definitieve oprichting van het "Studentenkoor aan de Vrije Universiteit", o.l.v. Henk J. Smit. Het geschiedt met medewerking van S.A.U.L., waarvan het koor een onafhankelijke afdeling is. Heel begrijpelijk is er gedurende deze jaren eerder een tekort aan vrouwen- dan aan mannenstemmen. Het koor lijdt helaas een kwijnend bestaan en wordt daarom in 1952 voorlopig ontbonden.

De Civitasraad en S.A.U.L. begroten voor de seizoenen 1953/1954 en 1954/1955 een koor en een dirigent. In september 1954 kunnen de leden van S.A.U.L. ook daadwerkelijk kiezen voor het "zangkoor der S.A.U.L.", maar er is gebrek aan belangstelling. Als dirigent is Herman Blekkenhorst benaderd.

Ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de Vrije Universiteit wordt in 1955 door het Corps een studenten-mannenkoor gevormd, onder leiding van Simon C. Jansen. Het enthousiasme onder de koorleden is dermate groot, dat ca. dertig van hen na het lustrum zelfstandig verder gaan, onder dezelfde dirigent. Zij nemen contact op met het College van Directeuren van de Vereniging. S.A.U.L. probeert ook voor 1955/1956 een koor op te richten en benadert daartoe weer een nieuwe dirigent. Zonder succes. Het gelegenheidskoor kan nu onder auspiciën van S.A.U.L. permanent verder gaan. Waarschijnlijk is het bedoeld als gemengd koor.

top

1955 − 1960 Het begin;

Simon C. Jansen

De uitvoeringen

Het is de bedoeling dat het koor medewerking verleent aan de Bidstond van de Universiteit en aan de Jaarvergadering van de VU-Vereniging. In december 1955 oordelen de oprichters, dat beide projecten ruim voldoende werkgelegenheid zullen bieden voor het koor. Later wordt eveneens opgetreden tijdens VU-dagen en worden ook enkele 'eigen' uitvoeringen gegeven. Het is bekend, dat minstens tweemaal wordt opgetreden met het Bachorkest, wat eveneens onder leiding staat van Simon C. Jansen. Tevens vindt samenwerking plaats met het S.A.U.L.-kamerorkest. De solopartijen worden gezongen door leden van het koor.

Het repertoire

Op het repertoire staan vooral "cantates van zowel geestelijke als wereldlijke aard".

Het koor

Het VU-koor wordt in deze jaren ook wel S.A.U.L.-koor genoemd. Het heeft circa 40 leden. Nieuwe koorleden moeten voorzingen, maar of dat ook een kwalitatieve selectie inhoudt is niet bekend. Evenals onder Henk J. Smit blijkt er een tekort te zijn aan vrouwenstemmen.

Een zeer groot tekort, want in januari 1957 wordt er heel hard gewerkt aan de realisatie van een gemengd koor. Een actie die in alle opzichten slaagt.

Tegelijkertijd starten audities ter vorming van een instrumentaal ensemble van studenten, dat "in de toekomst in de eerste plaats zal dienen tot begeleiding van het koor". Het blijft bij deze wens. Wekelijks wordt gerepeteerd in de Westerkerk. In de winter van 1959/1960 verhuist men naar de Keizersgrachtkerk, die in de volgende maanden wordt verruild voor de gymzaal van het toenmalige Woltjergymnasium.

Een van de weinige tradities van het koor is de repetitietijd. Vanaf de allereerste keer wordt er om 17.00 uur gezongen. De wekelijkse repetities zijn de eerste drie seizoenen op woensdag en sinds die tijd op dinsdag. Deze traditie is in 1999 beëindigd. Door de vroege begintijd van de repetitie waren steeds meer mensen genoodzaakt te stoppen met het koor. Om leegloop te voorkomen is in overleg met Sam, Abigail en de Griffioen besloten om over te gaan naar de maandagavond 19:30 uur.

Voorop staan het plezier, het enthousiasme van dirigent en koorleden. Dat het wat rommelig kan zijn, onder meer door te laat komen van de koorleden, daar wordt minder zwaar aan getild.

Simon C. Jansen wordt ervaren als een heel inspirerend man.

Door S.A.U.L. en de Civitasraad wordt het koor gekwalificeerd als "zeer actief" en "bloeiend".

De organisatie

Het koor staat in het begin onder auspiciën van S.A.U.L. en wordt in 1958 ook in de organisatie daarvan opgenomen. Van het begin af aan is er een bestuur van drie leden, waar ook vrouwen zitting in hebben. De kosten worden betaald uit de contributie van de koorleden en financiële middelen van de Civitasraad. De dirigent wordt per repetitie betaald en is daarmee nog niet in dienst van de Vrije Universiteit.

top

1960 − 1975 De opkomst;

Reinhardt van Randwijk

Het koor

Met de komst van Reinhardt van Randwijk gaat het koor groeien. Door actieve wervingscampagnes zal het ledental zich twee maal fors uitbreiden: voor het eerst in 1962 en de tweede keer aan het begin van het seizoen 1965/1966. In latere jaren heeft het koor op papier ca. 140 leden, met een gemiddeld aantal aanwezigen op de repetitie van 80. Van meet af aan is Reinhardt van Randwijk strenger dan Simon C. Jansen. De repetities beginnen bijvoorbeeld stipt op tijd en de koorleden moeten zich bij het bestuur afmelden wanneer zij niet aanwezig kunnen zijn.

Dat betekent overigens niet dat de sfeer minder belangrijk wordt. Hele sterke vriendengroepen ontstaan in deze jaren. Het zijn wel gescheiden groepen. Veel koorleden zijn namelijk tevens lid van een studentenvereniging en in de jaren '60 blijft de disputenstructuur ook binnen het koor bestaan. Een andere uiting van de goede sfeer is het feit, dat de kern van het koor op de verjaardag van Van Randwijk naar zijn huis gaat en hem daar onder meer toezingt.

Na afloop van de repetitie gaat een grote groep koorleden gezamenlijk eten bij een chinees in de Van Woustraat, terwijl in andere jaren een borrel gedronken wordt, bijvoorbeeld in Café Uilenstede (1972). Wanneer er in de zomervakantie geen repetities zijn blijven de koorleden elkaar ontmoeten op de wekelijkse repetitietijd: op het terras van het voormalige Lido. Bij regen verhuist men naar het Americain op het Leidseplein.

1973 is waarschijnlijk het eerste jaar dat afgesloten wordt met een zeilweekend. Het is geen repetitieweekend, maar heeft alleen een sociaal doel. Gedurende zeker vijf jaren vormt het een 'traditioneel' afscheid van het zangseizoen. In 2000 is door initiatief van één van de koorleden weer een zeilweekend georganiseerd. Hopenlijk wordt dit weer traditie.

Het repertoire

Door de groei van het koor kan het repertoire veranderen. Werken die in die jaren een grote bezetting vereisen kunnen nu uitgevoerd worden.

Voor het lustrum van de VU in 1965 wordt voor het eerst de Johannes Passion van Bach geprogrammeerd. Dankzij een actieve wervingscampagne is het koor in staat het werk uit te voeren. Kort daarna kan de Carmina Burana van Orff op het repertoire komen. Zowel dirigent, koor als publiek zijn hierover héél enthousiast. Beide werken worden dan ook repertoire-stukken.

Van Randwijk programmeert religieuze werken, een enkele uitzondering daargelaten. Het is vooral de keus van Van Randwijk, waarin het koor meegaat. Bovendien past het binnen het karakter van de VU. Hij werkt met een programmacommissie. In de latere jaren '60 en eerste helft jaren '70 wordt aan de koorleden, door middel van een enquête, regelmatig de vraag voorgelegd wat zij willen zingen en hoe de concerten verdeeld moeten zijn over een seizoen. Tijdens repetitieweekenden wordt daarover gediscussieerd. Ook zijn er zogenaamde 'luisteravonden' voor de koorleden, om de voorgestelde werken te horen.

De uitvoeringen

Het koor treedt in deze jaren op tijdens de Dies Natalis van de Vrije Universiteit, de Jaarvergadering van de Vereniging en tijdens VU-dagen. Daarnaast geeft het concerten en neemt deel aan PAN-concoursen, terwijl er incidenteel ook andere aanleidingen zijn voor een presentatie. Daarvoor verwijzen wij u naar de lijst van uitvoeringen. Ook zingt het koor op bruiloften van koorleden. Wat telkens terugkeert is het zingen in een normale kerkdienst, zowel tijdens repetitieweekenden (ter plekke zaterdags geregeld) als in de Goede Herderkerk of elders. Voor het koor betekent het een goede oefening, omdat er 'publiek' is, en de leden vinden het leuk.

De instrumentale begeleiding is heel wisselend. Samenwerking vindt plaats met een orkest of met een ensemble (van conservatorium-studenten, o.a. Ton Koopman en Bernard Winsemius). Ongetwijfeld is er ook regelmatig uitsluitend orgelbegeleiding geweest.

Voor de grotere vocale solopartijen worden beroepsmusici ingehuurd, terwijl de kleinere vaak door koorleden gezongen worden. Veelal vinden de concerten plaats in kerken. Slechts voor de Carmina Burana verhuist men naar het Concertgebouw.

Regelmatig vinden van een ingestudeerd programma meerdere uitvoeringen plaats, waarbij in verschillende gemeenten wordt opgetreden. Van concerten worden regelmatig bandopnames gemaakt. Rond 1970 vindt een enkele keer een radio-opname plaats.

De repetities

De kwaliteit van het koor wordt opgebouwd tijdens de wekelijkse repetities en, sinds 1965, gedurende repetieweekenden.

Er wordt gerepeteerd op dinsdagavond, vanaf 17.00 uur, in de gymzaal van het toenmalige Woltjergymnasium aan de Keizersgracht. Later - in elk geval al in 1969/1970 - verhuist het koor naar de Goede Herderkerk en in 1973 naar de Balletzaal van het ACC op Uilenstede. Koorleden uit de jaren in het Woltjergymnasium herinneren zich het lastige, grote zeil waarmee de vloer van de gymzaal bedekt moet worden, alvorens men tot repeteren over kan gaan.

De wijziging in repertoire brengt mee dat een groter aantal repetities noodzakelijk wordt. Rond 1965 organiseert het bestuur daarom voor de eerste maal een repetitieweekend. De volgende jaren vinden steeds twee van dergelijke weekenden per seizoen plaats, soms in de Drommedaris te Enkhuizen of elders in den lande, soms in het Woltjergymnasium. Van Randwijk laat de afzonderlijke stemgroepen regelmatig aparte stem-repetities houden.

Hij voert vaak bestaande bewerkingen uit van oude composities, zo blijkt uit de bladmuziek die nog in het bezit is van het VU-koor.

De repetitor

Het - voor de eerste keer - instuderen van een groot werk, de Johannes Passion in 1965/1966, maakt het noodzakelijk Van Randwijk te laten assisteren door een repetitor. Bernard Winsemius wordt daartoe aangetrokken. Hij wordt opgenomen in een van de vriendenkringen die het koor rijk is. Samen met Ton Koopman en anderen zal hij het koor ook begeleiden tijdens concerten.

In 1971 of 1972 wordt hij opgevolgd door René Eckhardt, die in 1973 zijn plaats inruimt voor Leo van Doeselaar.

Het bestuur

Het ontstaan van het VU-koor en de sterke bemoeienis daarmee van het Studentencorps VU maken het begrijpelijk dat er in deze tijd nog overeenkomsten zijn aan te wijzen in de organisatie van het koor en het corps. Drie voorbeelden. Allereerst vinden bestuursverkiezingen plaats. De uitkomst daarvan is dat bestuursleden vaak meerdere jaren aanblijven. Op de tweede plaats hanteert men voor de bestuursfuncties de Latijnse namen. Tenslotte dragen de bestuursleden linten, al hebben zij een enigszins andere vorm dan bij studentenverenigingen gebruikelijk is. Ze zijn uitgevoerd in zwart fluweel, met een gouden rand. Tijdens concerten worden ze gedragen wanneer de bestuursleden belangrijke bezoekers naar hun plaatsen geleiden. Deze linten verdwijnen eind jaren '60.

Rond 1964/1965 vindt het bestuur het koor er op concerten vrij ongeregeld uitzien, al dragen alle leden zwarte kleding. Het laat daarom een koormantel ontwerpen. Een proefexemplaar wordt gemaakt, maar het hele plan blijkt te duur te worden.

Ook met affiches wil men iets meer. In de jaren '60 wordt daarom - en met succes - wel eens een beginnend grafisch ontwerper ingeschakeld. Voor Van Randwijk hoeft dat allemaal niet: als de tekst er maar duidelijk op staat.

In 1970 verschijnt het uitgebreide eerste draaiboek, met name ten behoeve van het organiseren van een concert.

Deze dingen passen bij het tot bloei komen van het koor. Er ontstaan hoge verwachtingen ten aanzien van de toekomst, en de grens van de mogelijkheden lijkt ver weg. In de jaren '60 staat het bestuur voor ogen te komen tot een koor met een positie en de functie van een Cambridge Choir, inclusief buitenlandse tournees.

In dit licht moeten ook de volgende gebeurtenissen gezien worden. Om te beginnen het uitbrengen van een l.p. in 1970, op initiatief van het koor. Via vrienden komt een bestuurslid in contact met een platenmaatschappij. Dat resulteert in een plaatopname.

Daarnaast is er de bouw van een draagbaar pijporgeltje voor het VU-koor, waarschijnlijk gefinancierd door het ACC of de VU. Door Van Randwijk wordt het regelmatig gebruikt. Een bijzonder orgeltje, dat nog steeds in het bezit is van het ACC.

Het VU-kamerkoor

Zoals gezegd is de Johannes Passion een repertoirestuk geworden van het VU-koor. Vanwege de relatief grote doorstroming van leden ontstaan problemen bij het opnieuw instuderen. Een aanzienlijk deel van het koor kent het werk nog goed, terwijl de, eveneens grote, nieuwe groep de Passion voor het eerst ziet. Naar aanleiding van de uitvoering in 1968 wordt de eerste groep uit het koor gelicht en voert in het vervolg als kamerkoor de Johannes Passion uit. Ton Koopman speelt een rol in de begeleiding. Hij en zijn collega's zijn enthousiast. Zij kunnen bij het kamerkoor hun ideeën kwijt over nieuwe muzikale praktijken: een terugkeer naar een authentieke wijze van uitvoeren. Daarin past een kamerkoor.

Het VU-kamerkoor gaat zelfstandig verder. De leden zijn verplicht eveneens lid te zijn van het VU-koor. Dit geeft strubbelingen, omdat sommige kamerkoorleden nauwelijks op de repetities van het grootkoor komen, maar wel mee zingen bij de uitvoeringen. Eén lid van het bestuur van het VU-koor is speciaal belast met het kamerkoor.

Een kwartet uit het kamerkoor wordt rond 1968 door Jeugd en Muziek gevraagd acte de présence te geven op een festival in München. Zij zingen oud-Nederlandse kerstliederen van Röntgen. Klederdracht is verplicht. Zij vervullen ook een rol in de Mis, die aan het slot van het festival wordt opgedragen voor de moeder van de organisator. Drie jaren neemt het kwartet deel aan dit festival.

In 1970 komt een groot deel van Capella Amsterdam voort uit het VU-kamerkoor en dus ook uit het VU-koor.

De organisatie

De naam 'S.A.U.L.-koor' wordt onder Van Randwijk niet meer gebruikt. Het is dan het 'VU-koor'. Rond 1970 duikt korte tijd de naam 'ACC-koor' op.

In 1962 is S.A.U.L. overgegaan in ACC, wat dan nog staat voor Algemene Culturele Commissie, en in 1973 Algemeen Cultureel Centrum gaat betekenen.

Van Randwijk wordt in 1969 Cultureel Adviseur van de ACC. Het ligt in de bedoeling dat hij koor, orkest en zanglessen zal verenigen. Hiervan is het echter niet gekomen.

Het koor is in deze jaren lid van de Bond van Amsterdamse Christelijke Zang- en Muziekverenigingen (1968 en 1969), Jeugd en Muziek en Stichting PAN-interacademiale muziekdagen. In 1973 wordt het koor lid van de Federatie van Jongerenkoren. Het is onbekend of het lidmaatschap van Jeugd en Muziek intussen is opgezegd.

Gedurende de eerste jaren onder Van Randwijk worden de kosten gedekt door S.A.U.L./ACC en door de kaartverkoop tijdens concerten. Langzamerhand ontvangt men soms ook geld van fondsen. Sinds 1 oktober 1964 is de dirigent van het VU-koor in dienst van de Vrije Universiteit.

Invloed van de jaren '60

De invloed van de jaren '60 uit zich in de eerste helft van de jaren '70 in het VU-koor enigszins in de organisatie, die wat rommeliger lijkt te worden. Van Randwijk zou er moeilijker grip op kunnen krijgen. De veranderingen, in muzikaal beleid en in uiterlijke zaken, die onder nieuwe dirigenten volgen kunnen zonder veel strijd plaatsvinden, wat eveneens toegeschreven lijkt te kunnen worden aan de invloed van de jaren '60.

Begin jaren '70 vinden binnen het koor discussies plaats over de kleding tijdens concerten. De uitkomst is echter dat alles bij het oude blijft.

top

1975 − 1977 Intermezzo;

Jean-Marie ten Velden

Het koor

Met Van Randwijk vertrekt een groot deel van de vaste oude kern van het VU-koor. Nieuwe leden melden zich. Het koor is verdeeld in gescheiden groepjes.

De sociale activiteiten blijven dezelfde: een borrel of eten na de wekelijkse repetitie, in de zomer samenkomsten op het terras van het voormalige Lido, een zeilweekend ter afsluiting van het seizoen. In deze jaren wordt door twee bestuursleden een cursus 'Algemene Muzikale Vorming' georganiseerd. Koorleden wordt aangeraden hieraan deel te nemen en velen volgen die raad op.

Er wordt gerepeteerd in de Balletzaal op Uilenstede. Repetitieweekenden worden eveneensgecontinueerd.

Het repertoire

Jean-Marie ten Velden start met de programmering van moderne koormuziek (dan al de Psalmensymphony van Stravinsky!). Bij het koor slaat dat echter nog niet aan, waardoor dirigent en bestuur moeten teruggrijpen op klassieker repertoire. Ook de financiëleconsequenties zijn te groot.

In deze periode bestaat de programmacommissie nog en vinden ook de luisteravonden nog plaats.

Het bestuur

In 1975 start de Participatieraad van het ACC, met als doel deze organisatie te democratiseren. Het bestuur van het VU-koor heeft hier zitting in.

Het koorbestuur begint het seizoen 1975/1976 met het vastleggen van de eigen vergaderingen in notulen.

Al in deze jaren bestaat het bestuur uit zes personen, terwijl dat onder Simon C. Jansen nog drie waren.

Het VU-kamerkoor

Het kamerkoor is in het laatste jaar van Van Randwijk terziele gegaan en wordt door Jean-Marie ten Velden in januari 1976 weer opgericht. In mei van dat jaar vindt het eerste concert plaats.

Het VU-kamerkoor krijgt een eigen bestuur.

top

1977 − 1984 Een nieuw tijdperk;

Huub Kerstens

Het koor

Ook onder Huub Kerstens blijven de eerste paar jaren de wekelijkse borrel resp. chinezen, de zomerse samenkomsten bij het voormalige Lido en het jaarlijkse zeilweekend bestaan.

In de jaren '80 is dat voorbij. Daarvoor in de plaats ontstaat telkens weer de behoefte aan gezamenlijk eten, wat leidt tot het oprichten van een groepje koorleden dat, in een restaurant of bij elkaar, gaat eten na de repetitie. Dergelijke initiatieven houden iedere keer maximaal één seizoen stand.

Gedurende enkele jaren wordt door een aantal mensen één maal per seizoen een koud buffet verzorgd in de repetitieruimte. Via een koorlid kan geregeld worden dat de bereiding plaatsvindt in de Biologie-faculteit.

De centrale persoon in deze is het bestuurslid op de post Sociale Zaken. Ongeveer twee seizoenen bestaat er een Sociale Commissie (1980/1981 en 1981/1982). Naast genoemd bestuurslid hebben een of twee koorleden daar zitting in. Bij gebrek aan opvolgers wordt zij geruisloos opgeheven. In de jaren '80 worden koffiezetapparaten gekocht voor het koor. Voordien werden koffie en thee betrokken van de Restauratieve Dienst van de VU.

Het feest na een concert is een 'must' en vindt meestentijds plaats in LANX, de sociëteit van de studentenvereniging IAN, later het Studentencorps VU, thans L.A.N.X. Het is traditie dat Huub Kerstens een korte toespraak houdt. Ook bestuurswisselingen vinden dan plaats.

In de jaren '80 wordt regelmatig een koorkrant uitgebracht, naast koorbrieven die ook al eind jaren '60 verschijnen. De krant is sterk afhankelijk van één of enkele koorleden, waardoor hij nogal onregelmatig kan verschijnen.

Het repertoire

Met Huub Kerstens doet moderne en/of Nederlandse koormuziek definitief zijn intrede. Het koor gaat ook subsidies aanvragen voor opdrachten aan componisten. Het eerste grote moderne werk dat uitgevoerd wordt is de Psalmensymphony van Stravinsky. Het koor is er trots op. Later volgen vele, veel nieuwere, composities. In 1981 wordt een modern werk geprogrammeerd en uitgevoerd dat veel koorleden niet willen zingen.

Omdat de meeste koorleden deze moderne muziek pas op het VU-koor leren kennen en waarderen, worden concerten met hele moderne muziek afgewisseld met concerten met oudere muziek uit deze eeuw. In 1980 formuleert het bestuur in een beleidsnota de programmering: het koor voert (onbekende) 20ste eeuwse muziek uit, met name van Nederlandse componisten en het tracht de Nederlandse muziek te ondersteunen door het geven van opdrachten aan componisten. Hiermee is het VU-koor het eerste amateurkoor in Nederland, of één van de eerste, dat systematisch met moderne muziek bezig is. De moeilijkheidsgraad van de werken neemt toe in de loop der jaren. Zelfs zodanig, dat Huub Kerstens in 1984 wil overgaan tot een kwalitatieve selectie van koorleden, omdat hij anders zijn programma's niet kan realiseren. De doelstelling van het ACC laat dat voor het grootkoor echter niet toe.

De uitvoeringen

Onder Huub Kerstens komt het accent volledig te liggen op concerten. Hoogtepunt vormt de deelname aan het Holland Festival gedurende drie achtereenvolgende jaren. Sinds 1981 heeft het koor niet meer gezongen op de Dies Natalis van de Vrije Universiteit. Ook tijdens evenementen van de Vereniging wordt niet meer gezongen, met uitzondering van het eeuwfeest. Bij evenementen die door het ACC georganiseerd worden is het koor wel aanwezig van de partij.

Tot verdriet van veel koorleden wordt de opkomst van het publiek op een concert geringer naarmate het repertoire moderner wordt.

Radio-opnames worden veelvuldig gemaakt. Het koor is trots op de rechtstreekse uitzending in Denemarken van het Holland Festival-concert van 1982.

Van alle concerten worden bandopnames gemaakt, in de eerste jaren door een koorlid, later door (semi)professionals. De koorleden kunnen ze nabestellen.

De kleding van de koorleden tijdens de concerten is in de tweede helft van de jaren '70 heel divers. Ieder trekt aan wat hij wil.

Voor het afsluitend concert van het eeuwfeest van de VU in 1980 doet het bestuur veel moeite het hele koor in het zwart te laten verschijnen, wat uiteindelijk lukt. Tijdens volgende concerten wordt het langzamerhand weer een gebruik.

Het VU-koor wordt in deze jaren meestal begeleid door een orkest. Dat zijn beroepsorkesten, met uitzondering van enkele samenwerkingsprojecten met het VU-orkest. Ook de solisten zijn professionele musici, regelmatig uit het Nederlands Kamerkoor. In 1979 wordt het koor door het Residentie Orkest uitgenodigd de Psalmensymphony van Stravinsky te zingen. Van het Utrechts Symphony Orkest volgt eveneens een uitnodiging. Beide keren werkt ook het Nederlands Dans Theater mee. Naast de samenwerking met andere studentenkoren die door Huub Kerstens geleid worden zingt het koor een enkele keer samen met het Hoofdstadkoor.

Kerken als plaats van handeling worden afgewisseld met het Concertgebouw in Amsterdam. De kosten maken telkens slechts één uitvoering mogelijk.

De repetities

De wekelijkse repetities vinden met ingang van september 1977 plaats in de Kerkzaal van de VU, nog steeds vanaf 17.00 uur. Maar het stipt op tijd beginnen is weer voorbij.

Vanwege de steeds toenemende moeilijkheidsgraad van de te zingen stukken heeft Huub Kerstens bijna altijd extra repetitie-zaterdagen en -avonden nodig wanneer een concert nadert. De repetitieweekenden blijven alle jaren bestaan, twee keer per seizoen. In de jaren '80 is er steeds een behoorlijke groep die naar de jeugdherberg fietst.

Het bestuur

Het bestuur ontplooit in deze periode allerlei initiatieven, waarvan wij hier enkele willen noemen.

Men probeert in 1980 een bestuurskamer in het Hoofdgebouw van de VU te krijgen, maar dat blijkt (over)vol te zijn. Het koor houdt slechts drie kasten, verspreid over het gebouw, benevens enkele kastplanken bij het ACC, op Uilenstede. Het bestuur kan sinds 1978 gebruik maken van de Postkamer en het postbusnummer van de VU.

In de jaren '70 gaat het bestuur, per stemgroep, blokhoofden aanstellen. Zij krijgen tevens een controlerende taak ten aanzien van de opkomst op repetities. Daartoe maken zij gebruik van presentielijsten, zoals dit nog steeds gebruikelijk is.Tegenwoordig heet een "blokhoofd" een "stemgroepcoördinator", dat vindt men vriendelijker klinken.

Ook voor het uitgeven en weer innen van bladmuziek worden steeds nieuwe vormen gezocht, maar die komen in de loop der jaren toch op hetzelfde neer. Helaas blijkt geen enkel systeem waterdicht te zijn. Verloren gegane partijen vormen een behoorlijke kostenpost voor het koor en leveren soms grote problemen op met uitlenende instanties. Ook deze problematiek hebben álle besturen gekend.

In deze jaren presenteert het VU-koor zich verschillende keren op de Amsterdamse Uitmarkt.

Tenslotte heeft het bestuur bemoeienis met het uitbrengen van een l.p. Al in 1980 spreekt de Rector Magnificus hierover, die het als relatiegeschenk van de VU wil gebruiken. Uiteindelijk kan de plaat in 1985 gepresenteerd worden.

Evenals onder Van Randwijk wordt er tussen koor en bestuur gesproken over belangrijke zaken, middels een "leden-vergadering". Na 1981 verdwijnt dat. Bestuursleden worden ook niet meer gekozen, maar doen via coöptatie hun intrede.

In de beleidsnota van 1980 wordt vastgelegd dat bestuursleden langer dan één jaar zitting hebben en dat telkens slechts een deel van het bestuur wisselt, om de kennis en ervaring binnen de groep te behouden en te vergroten.

In 1980 wordt een beknopt draaiboek gemaakt ten behoeve van het organiseren van een concert.

Sinds de jaren '70 nemen oud-bestuursleden regelmatig zitting in het bestuur van de Federatie van Jongerenkoren, waarbij het VU-koor is aangesloten.

De Amsterdamse STUK

Huub Kerstens leidt naast het VU-koor en het VU-kamerkoor het Amsterdamse Universiteits Koor (AUK). Op zijn initiatief vindt steeds vaker samenwerking plaats tussen de besturen. In 1979/1980 ontstaat zijn plan het samenwerkingsverband in een overkoepelend orgaan onder te brengen: de Amsterdamse STUK (Amsterdamse Studentenkoren). Dat zou zich moeten uiten in gemeenschappelijke vergaderingen, een gezamenlijk affiche, een gezamenlijke seizoensfolder,een ad hoc ensemble van de beste leden uit de koren ten behoeve van speciale projecten en een speciaal aangestelde coördinator van de STUK. Financieel kan het een voordeel zijn zich zo te bundelen. De samenwerking is gekomen, maar uit zich slechts in gezamenlijk zingenop de zomerconcerten, terwijl het VU-koorbestuur daarvan de organisatie verzorgt. Het ad hocensemble ontstaat in 1980: Diaboli In Musica (DIM). Het is afwisselend een kamerkoor,mannenkoor of vrouwenkoor. Twee gezamenlijke seizoensfolders worden uitgebracht (1980/1981en 1981/1982). Het gemeenschappelijk affiche blijft nog lange tijd in gebruik bij hetVU-koor. Het ontwerp (zie Stravinsky voorbeeld) komt in 1980 van het AUK en heeft geenbetekenis.

Het VU-kamerkoor

In 1977 bestaat nog steeds de verplichting van een dubbel lidmaatschap. Opnieuw is er een slechte opkomst van kamerkoorleden bij het grootkoor. Deze verplichting wordt in 1978 door de koren in de praktijk niet meer gehanteerd, iets waar het ACC tegen is. Rond 1980 is de feitelijke situatie echter geformaliseerd.

De organisatie

De concerten zijn in deze jaren erg duur, met name door het inhuren van beroepsorkesten en -solisten, door uitvoeringen in het Concertgebouw en door radio-opnames. Van het ACC ontvangt het koor een financiële bijdrage, evenals van de Gemeente Amsterdam. Daarnaast wordt vaak veel subsidie ontvangen van het voormalige Ministerie van CRM, het latere WVC. Het bestuur doet regelmatig, en met succes, een beroep op fondsen en bedrijven en op de VU. Tenslotte komt een relatief beperkt bedrag uit de kaartverkoop.

Evenals Reinhardt van Randwijk steekt Huub Kerstens veel energie in de organisatie van met name concerten, hetgeen een flinke ondersteuning van het bestuur betekent.

top

1984 − 2000;

Jean-Marie ten Velden

Het koor

In deze periode vormt het koor meer één groep dan in eerderejaren. Er zijn meerdere sociale activiteiten waaronder de 'eetgroep' die ieder jaar nieuw leven ingeblazen wordt. De laatste jaren vindt het gezamenlijke eten na de repetitieplaats in Café Uilenstede. Vanaf 1999 verandert met de repetitietijd ook de gezamenlijke eettijd. Nu wordt door een aantal mensen van het koor vóór de repetitie gegeten. Nieuw is nu ook dat er na de repetitie altijd een klein vast clubje voor een borrel in café Uilenstede napraat. Ook wordt het seizoen regelmatig afgesloten met een picknick in het Amsterdamse Bos of het Vondelpark. Een in 1993 met succes ingevoerde nieuweactiviteit is het Open Podium tijdens de repetitieweekenden waar ook als experiment het seizoen van 1999−2000 mee wordt afgesloten.

Verschillende koorleden vertonen hier hun kunsten op hetgebied van muziek, toneel, mime en cabaret.

Het merendeel van de leden van het koor is rond 1995 student aan de VU. De vaste kern blijft veelal na het afstuderen nog enige tijdlid. Sinds het begin van de jaren '80 zijn er ook leden afkomstig van het HBO en de UVA. Nieuwe leden worden sinds vele jaren geworven op de Sociale Introductie (nu: IDEE-week). De laatste jaren worden in toenemende mate leden geworven buitende VU.Het aantal leden dat student is loopt steeds meer terug en de grootste groep bestaat inmiddels uit jonge werkende mensen.

Enkele leden maken in 1986 op eigen initiatief een mascotte, die meestal verblijft bij koorleden thuis. Regelmatig is de mascotte ("Kwaaier" genaamd, een verbastering van "Choir") aanwezig bij de concerten.

Het repertoire

Het bestaande muzikale beleid blijft gehandhaafd. Op hetprogramma staan twintigste eeuwse werken, variërend van muziekuit het begin van de eeuw tot zeer recent uitgebrachte werken.

Regelmatig worden componisten benaderd om speciaal voor hetkoor een compositie te schrijven.

Onder Huub Kerstens was de moeilijkheidsgraad van de te zingenwerken in de loop der jaren nogal gestegen. Jean-Marie ten Velden neemt wat dat betreft wat gas terug.

Interessant is te vermelden dat een jaarlijkse vaste subsidie aan het koor ter beschikking wordt gesteld vanwege het feit dat we alleen 20e eeuwse muziek uitvoeren. Eén van de voorwaarden die aan deze subsidie verbonden is, is dat we altijd naast een concert in Amsterdam, een concert buiten Amsterdam geven.

De uitvoeringen

Jean-Marie ten Velden is een voorstander van meerdere uitvoeringen van een ingestudeerd programma. Dit streven sluit aan bij de wens van de Vrije Universiteit, om het koor ook buiten Amsterdam te laten optreden. Tevens worden het lustrum van de VU-vereniging in 1989 en van de Universiteit in 1990 opgeluisterd. Meerdere malen (na voor het laatst in 1992 weer ingevoerd in 2000) verleent het koor medewerking aan de afsluiting van het seizoen van de Griffioen.

In 1989 wordt het koor gevraagd de vocale gedeelten te verzorgen van de film "Memento" van Amnesty International, die gebruikt wordt in de campagne tegen de doodstraf. Bij de start daarvan verzorgt het koor een optreden.

Samenwerking met professionele orkesten vindt niet meer plaats, met professionele solisten incidenteel. Daarvoor in de plaats komt (weer) vocale en instrumentale begeleiding door conservatorium studenten. Tevens wordt regelmatig samengewerkt met studentenorkesten (zoals het UVA Orkest J.Pz. Sweelinck en het VU-orkest) en andere koren (zoals het Krashna Musica uit Delft en het studentenkoor Contrast uit Tilburg).

Nieuw is het uitwisselingsprogramma met het Uni-Chor uit Düsseldorf. Zowel in het voorjaar van 1994 als 1995 reist het koor naar Düsseldorf om daar een concert te geven. De koorleden logeren bij leden van het Uni-Chor. In mei 1995 bezoekt het Düsseldorfse koor Amsterdam. Een gezamenlijk concert vindt plaats in de Waalse kerk. In 1997 vindt er nog zo'n uitwisseling plaats met als bijzonderheid dat de twee koren ook een stuk gezamenlijk uitvoeren. Momenteel zijn er plannen om weer een samenwerking met en buitenlands koor te organiseren. Wie weet wordt dit wel weer het Unichor.

Het Concertgebouw wordt in toenemende mate verruild voor verschillende kerken. Ook wordt enkele malen in Paradiso opgetreden. Bij samenwerkingsprojecten wordt over het algemeenwel een concertzaal gehuurd.De laatste paar jaren wordt regelmatig gezongen in de Waalse kerk in Amsterdam vanwege te ideale acoustiek die deze kerk bezit. In deze jaren worden er nauwelijks radio-opnames gemaakt, in 1999 wordt er een radio-opname gemaakt van het Martinu-programma. Helaas wordt dit niet uitgezonden omdat men sommige partijen te zwak vindt.Wel wordt van elk programma een (semi)-professionele geluidsopname gemaakt, ten behoeve van cassettebandjes- tegenwoordig CD's- voor de koorleden.Tweemaal, in 1990 en 1995, worden uitvoeringen opgenomen tenbehoeve van een compact-disc.

Lustrumvieringen

In de eerste helft van de jaren '80 wordt ontdekt wanneer hetkoor ontstaan is. Zodoende kan in 1985 voor de eerste keer het lustrum gevierd worden, en wel het zesde. Veel oud-leden zijn hiervoor aanwezig in het combinatiegebouw op Uilenstede, evenals de nog levende oud-dirigenten. Ook wordt een jubileumboekje gemaakt. Ter gelegenheid van het lustrum wordt, in opdracht van de Universiteit, een promotievideo van het koorgemaakt. Tevens wordt op het jubileumconcert de l.p. aangeboden die de VU als relatiegeschenk gaat gebruiken.

In 1990 wordt het zevende lustrum gevierd, nu in beslotenkring in VE'90. In het uitgegeven programmaboekje wordt voor het eerst de geschiedenis van het koor beschreven. Op het programma van het lustrumconcert staat de psalmensymfonie van Stravinsky, hetzelfde als waarmee voor het VU-koor het tijdperk van de moderne muziek begonnen is.

1995 is het jaar waarin het achtste lustrum gevierd wordt. Het is een jaar vol activiteiten in binnen- en buitenland. In het voorjaar wordt, zowel in Düsseldorf als in Amsterdam, de opdrachtcompositie "Of Man" van Willem Woestenburg uitgevoerd. In oktober vindt tevens de viering van het 115-jarig bestaanvan de Universiteit plaats. Ter gelegenheid hiervan vindt in het Concertgebouw een gezamenlijk concert van de verschillende muziekgezelschappen van de VU plaats. Enkele dagen later is ons "eigen" concert, eveneens in het Concertgebouw. Uitgevoerdwordt "The Nun's Priest's Tale" van Gordon Jacob, in samenwerking met het VU-orkest en het Tilburgs Studentenkoor Contrast. Dit stuk was in 1992 al eens eerder uitgevoerd met alleen piano begeleiding. Het hoogtepunt voor veel koorleden vormt de concertreis naar Tjechië. Op uitnodiging van het VU-orkest wordt in Praag deelgenomen aan het "Festival of Student Orchestras" in Praag. Tevens wordt een concert gegeven in de Tjechische stad Brno. Middels deze reis worden de banden tussen de verschillende muziekgezelschappen verstevigd.

In 2000 wordt het lustrum gevierd met een jaren 50 feest en komt er een extra dik smoelenboek c.q. lustrumalmanak uit. Het project waar aan gewerkt wordt is een lustrum waardig, nl. de Carmina Burana en een deel van de Cattulli van Orff die in januari 2001 zullen worden uitgevoerd in het Concertgebouw Amsterdam (vanwege het nieuwjaarsconcert van de VU-Vereniging), de Beurs van Berlage in Amsterdam en het Concertgebouw in Haarlem.

24 september 2005 beleefden wij een muzikale dag voor leden en oud-leden vanwege ons 50 jarig lustrum.

De repetities

Ten aanzien van de wekelijkse repetities verandert de repetitielocatie, de repetitiedag en -tijd. In 1999 wordt de kerkzaal in het hoofdgebouw van de VU ingeruild voor de inmiddels nieuw geopende Griffioenzaal op Uilenstede. Even later gaat de tijd van de dinsdag naar de maandagavond 19:30 uur. Onder Jean-Marie ten Velden vinden vergeleken met de periode Huub Kerstensminder vaak extra repetities plaats. Daarentegen blijft met de repetitieweekenden alles bij het oude.

De Organisatie

In deze jaren rust de totale organisatie voornamelijk op het bestuur. Daarin verschilt Jean-Marie ten Velden van zijn voorgangers, die allen een grotere organisatorische deelname bij hun functie vonden behoren. De taken van het bestuur nemen hierdoor toe.

Met een nieuwe dirigent worden de bakens altijd enigszins verzet, in dit geval mede veroorzaakt door ontwikkelingen in de Nederlandse muzikale wereld. Voor het VU-koor zijn de wijzigingen in het orkestenbestel belangrijk evenals het véél minder toekennen van subsidies door het Ministerie van WVC. In de loop van de jaren komt het tot samenwerking met het VU-orkest en met het Studentenorkest J. Pzn. Sweelinck. Met het eerste is het tot een vaste regelmaat van gezamenlijke projecten gekomen. Tijdens de 'borrel van de Rector' in 1986 is dat idee ontstaan.

Die 'borrel' is de jaarlijkse kennismakingsbijeenkomst van besturen van studentenverenigingen en -organisaties, georganiseerd door de Rector Magnificus. In 1985 wordt het bestuur van het VU-koor voorde eerste keer uitgenodigd.

Rond dat jaar gaat de Vrije Universiteit zichzelf meer manifesteren voor aankomende studenten, in verband met de landelijke terugloop van het studentenaanbod. Het VU-koor wordt daarin meegenomen.

In deze jaren houdt het bestuur zich ook met andere belangrijke zaken bezig.

Allereerst verkrijgt het in 1986 ruimte in het Archief van de Universiteit. Daarnaast opent het bestuur in 1988, in overleg met het ACC, onderhandelingen met de Toonkunst-bibliotheek over de eigen bladmuziek. Het koor bezit daar veel van, voornamelijk van moderne composities. Die worden uitgeleend aan de Bibliotheek. Andere koren kunnen ze daar huren. Tot nog toe moesten dergelijke partijen worden gekocht omdat ze nergens anders te huur zijn. Met ingang van de Sociale Introductie van de VU in 1986 houdt Jean-Marie ten Velden regelmatig met veel succes een workshop. In 1990 wordt een koorlid gevraagd een logo te ontwerpen. Al rond 1986 is er één gemaakt op initiatief van Pers en Voorlichting van de VU, maar dat is nooit gebruikt. Tenslotte wordt in 1986 een uitgebreid draaiboek gemaakt, dat álle taken van het bestuur behandelt. Aan herziening wordt nu - 10 jaar later - gewerkt. Sinds 1995 is informatie over het VU-koor en de concerten te vinden op Internet: http://www.vu.nl/s_m/VU-koor. We hopen binnenkort een nieuw, beter te onthouden adres te openen, nl. http://www.vukoor.com.

De Griffioen

Het koor is nog altijd een 'kring' van de Griffoen, voorheen ACC. De dirigent is de 'kringleider'. In 1987 start het Kernberaad, waarin verschillende geledingen van het ACC vertegenwoordigd zijn. Het kan summier omschreven worden als de denktank van deze organisatie. Een bestuurslid van het koor heeft zitting in de Raad. Tegenwoordig lijkt er niets van dien aard meer te gebeuren. Wel is het bestuur van het koor in overleg met Ad de Ruijter, directeur van de Griffioen, en in samenwerking met Sam en de programmacommissie bezig met het uitwerken van een zeer grootschalig project te vergelijken met de opera's die het Kamerkoor de laatste jaren heeft uitgevoerd in de Griffioen.

Dirigent en Repetitor

In 1996 is Jean-Marie ten Velden twaalf en een half jaar bij het VU-koor. Dit wordt gevierd met een canon eerder geleerd op het koorweekend met een toepasselijke tekst daarop geschreven, slaand op "onze" Sam. Verder zamelt het koor geld in voor een cadeau wat verdubbeld wordt door het bestuur. Sam krijgt een schitterend horloge aangeboden door het koor. Abigail Lumsden is binnenkort twaalf en een half jaar bij het koor......

Tenslotte

Het VU-koor heeft zich gedurende 40 jaren langzaam ontwikkeld tot wat het nu is: een groot studentenkoor, van goed niveau en met een geheel eigen muzikaal gezicht. De Vrije Universiteit blijkt steeds opnieuw enthousiast te zijn.

Uit het koor is een kamerkoor gegroeid, dat al sinds jaren geheel zelfstandig een eigen weg gaat.

Met het VU-orkest, een goed studentenorkest, is nu een regelmatig samenwerking ontstaan, nadat beide lange tijd naast elkaar hebben bestaan. Dat laatste is overigens vrij uniek onder de Nederlandse studentenmuziekgezelschappen.

Uit de geschiedenis van het koor blijkt hoe belangrijk een dirigent is, naast allerlei maatschappelijke invloeden. Elke dirigent zet zijn eigen stempel op het koor en weet het, voor zijn periode, een geheel eigen hoogtepunt te geven. Reinhardt van Randwijk met klassieke werken en véél leden, Huub Kerstens met moderne muziek waarbij werken met een hoge moeilijkheidsgraad goed uitgevoerd worden en Jean-Marie ten Velden, die het muzikale beleid handhaaft, het ledental weer wat heeft weten op te schroeven en in wiens periode het komt tot samenwerking met andere studentenkoren en - orkesten. Onder de huidige dirigent worden opnieuw van een concert meerdere uitvoeringen gegeven, in verschillende gemeenten. De laatste jaren zijn zelfs meerdere concerten in het buitenland gegeven.

In de loop van de jaren heeft het VU-koor professionele musici opgeleverd. Voor zover bekend zijn dat Harry van der Kamp, Ad van Baasbank, Nannie Schuller en Marjolein Aartsen. Zij zijn ná hun lidmaatschap van het VU-koor aan een conservatoriumopleiding begonnen. Overigens gaan velen na hun lidmaatschap van het VU-koor in andere koren zingen en nemen verschillende leden na enige tijd zangles. Tenslotte zijn enkele oud-leden in de muzikale wereld terecht gekomen, zij het niet als zanger. Wij weten dat van Louwrens Langevoort en René Nieuwint.

top

De dirigenten van het VU-koor

Simon C. Jansen

Simon C. Jansen werd in 1911 te Rotterdam geboren.

Hij studeerde aan het Amsterdams Conservatorium bij Corn. de Wolf (orgel) en W. Andriessen (piano), waar hij in 1936 het solistendiploma behaalde.

Reeds op jonge leeftijd heeft Simon C. Jansen een opmerkelijke carrière opgebouwd. Hij is organist geweest in verschillende plaatsen, terwijl heel wat (oratorium) koren onder zijn leiding hebben gestaan. In de Westerkerk te Amsterdam, waar hij organist was, heeft Simon C. Jansen het Westerkerkkoor opgericht. Hiermee heeft hij ook in liturgisch verband Bach-cantates uitgevoerd.

Simon C. Jansen was hoofdleraar orgel aan het Amsterdams Conservatorium, voorzitter van de Nederlandse Organistenvereniging en winnaar van de De Pauwprijs. Hij concerteerde veel in binnen- en buitenland en verzorgde een orgelcyclus voor de NCRV.

Door zijn overlijden in 1980 heeft vooral Amsterdam een zeer bekwaam en veelzijdig musicus verloren.

Reinhardt van Randwijk

Vanaf zijn jongensjaren heeft Van Randwijk veel viool gespeeld en gestudeerd. Naar eigen zeggen speelde hij "wel aardig"; maar volgens vrienden zong hij beter. Zo begon hij aan een zangstudie. Daarnaast ging Van Randwijk koren leiden, waarvoor hij in de loop van de jaren een voorkeur ontwikkelde.

Zijn zangcarrière werd door de Tweede Wereldoorlog onderbroken, omdat hij geen lid wilde worden van de Cultuurkamer. Na de oorlog toog hij naar Amsterdam, waar hij in het Nederlands Kamerkoor belandde. Hij zong veel uiteenlopende werken, zoals 'Lohengrin' van Wagner en 'La Damnation de Faust' van Berlioz.

In 1958 begon hij aan een nieuwe carrière: die van muziekleraar aan het Christelijk Lyceum Buitenveldert. Het door hem opgerichte schoolkoor en -orkest musiceerde op een redelijk niveau.

Van Randwijk volgde in 1960 Simon C. Jansen op als dirigent van het VU-koor. Onder zijn leiding werd het koor "strenger" aangepakt: de repetities begonnen op tijd en de pauze werd afgeschaft. "Als ze de kans kregen dan knepen ze er in de pauze tussen uit".

Dit nieuwe beleid wierp haar vruchten af: het koor begon te groeien, zodat ook grotere werken uitgevoerd konden worden. De repertoirekeuze kwam van een commissie, die met veel enthousiasme de meest moeilijke werken aandroeg. Hoofdzakelijk klassieke muziek, maar ook wel moderne. Van Randwijk dirigeerde eveneens het VU-kamerkoor, dat in 1968 ontstaan was uit het VU-koor.

In 1969 werd Van Randwijk benoemd tot Cultureel Adviseur van de Vrije Universiteit. In 1975 ging Reinhardt van Randwijk met pensioen. Hij verliet daarmee het VU-koor, het VU-kamerkoor en de VU.

Reinhardt van Randwijk overleed in 1988.

Huub Kerstens

Huub Kerstens begon al jong met dirigeren. Toen hij vijftien jaar was had hij zijn eerste koor: een dameskoor in Den Haag. Dit heeft zich gaandeweg ontwikkeld en uitgebreid. Zo heeft hij voor alle beroepskoren in Nederland gestaan en verschillende beroepsorkesten en -ensembles geleid.

Huub Kerstens was drie jaar dirigent van het Amsterdams Universiteitskoor, toen hij in 1977 gevraagd werd bij het VU-koor de plaats in te nemen van Jean-Marie ten Velden.

Onder zijn leiding is het koor modern repertoire gaan zingen, wat voor de koorleden een uitdaging en avontuur betekende. Huub Kerstens heeft altijd al een voorliefde voor moderne muziek gehad. Het brengt volgens hem leven in de brouwerij. Bovendien, "wat het VU-koor doet, dat is enig in Nederland. Geen enkel ander koor doet dit". Huub Kerstens gelooft niet dat het VU-koor zijn smaak benvloed heeft.

Veel van zijn ideeën heeft hij bij het VU-koor kunnen realiseren. De programmakeuze, het opdracht geven aan componisten (die anders misschien nooit voor koor geschreven zouden hebben) is zowel voor die componisten als voor het koorrepertoire belangrijk geweest.

In 1984 stopte Huub Kerstens bij de vier Amsterdamse studentenkoren waarover hij de leiding had. Daaronder waren het VU-koor en het VU-kamerkoor. Een belangrijk motief voor zijn afscheid was, dat het componeren steeds belangrijker voor hem werd. Het dirigeren en het regelen kostte hem teveel tijd. "Voor mij is componeren knoeien, rommelen, pielen, uitproberen, intuïtie, af en toe een invalletje; geen briljante momenten, maar hard werken zonder afgeleid te worden. Daar kun je geen vier koren naast doen", aldus Huub Kerstens in 1985. Bij Donemus zijn sinds 1982 van zijn hand 23 composities verschenen, variërend van a capella koor en solo- en kamermuziekwerken tot stukken voor groot koor en groot orkest.

Uiteindelijk bleek Huub Kerstens toch graag een eigen koor te leiden. Hij is sinds 1986 dirigent en artistiek leider van het door hem opgerichte "Koor Nieuwe Muziek" en het "Ensemble Nieuwe Muziek".

Jean-Marie ten Velden

Jean-Marie (Sam) ten Velden is in 1984 voor de tweede keer dirigent van het VU-koor geworden. Toen Reinhardt van Randwijk het VU-koor in 1975 verliet, werd Sam gevraagd het dirigeerstokje over te nemen. Hij ging destijds op dit verzoek in vanwege de uitgesproken smaak van studenten, hun interesse in cultuur en de fanatieke wijze van repeteren.

Twee jaar later kreeg Sam een aanbieding van een orkest. Daarom, maar ook vanwege zijn andere activiteiten, moest hij in 1977 afscheid nemen van het VU-koor, hoewel hij met genoegen dirigeerde.

Toen in september 1994 geen vervanger voor de vertrekkende Huub Kerstens kon worden gevonden, werd Sam ten Velden als vervanger gevraagd. Hij nam tevens deel aan de sollicitatieprocedure en werd voor de tweede maal als dirigent van het VU-koor aangenomen.

Sam ten Velden kiest voor het koor graag twintigste eeuwse muziek. Door deze repertoire-keuze geeft hij een nieuwe generatie componisten een kans om hun werken uit te laten voeren. Ook aan jonge uitvoerende musici wil Sam de mogelijkheid bieden om nieuw(er) repertoire uit te voeren en podiumervaring op te doen.

Daarnaast werkt Sam met veel plezier samen met andere studentenkoren en -orkesten. Daarnaast moet het koor naar zijn mening ook zijn eigen concerten behouden. Ook werkt hij graag mee met projecten als bijvoorbeeld de film voor Amnesty International in 1989. Regelmatig leidt hij ook een zangworkshop tijdens de Sociale Introductie (nu IDEE-week geheten).

Naast het VU-koor heeft Sam ook de leiding over Pro Musica te Bussum, het koor van het Sweelinck Conservatorium en het koor van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Daarnaast is hij docent directie en ensembleleiding aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam.

top

De repetitoren van het VU-koor

Repetitors
Periode Repetitor
1965 − 1972 Bernard Winsemius
1972 − 1973 René Eckhardt
1973 − 1977 Leo van Doeselaar
1977 − 1985 Cor de Jong
1985 − 1988 Piet Hulsbos
1986 − 1987 vervanging door Abigail Lumsden
1988 − .... Abigail Lumsden

Abigail Lumsden

In 1986 vroeg Sam ten Velden aan een klas 'ensemble-leiding' van het Sweelinck Conservatorium wie belangstelling had om tijdelijk de vaste repetitor (P. Hulsbos) te vervangen bij het VU-koor. Abigail (Abby) Lumsden ging om verschillende redenen deze uitdaging aan: zij wilde graag het dirigeren bekijken en had plannen om dit ook te gaan doen. Bovendien had zij leuke ervaringen met een renaissance-koor in de USA. Ook het 20e eeuwse repetoire van het VU-koor sprak haar aan Na bijna een jaar als vervanger gespeeld te hebben werd zij in 1988 officieel repetitor van het VU-koor.

Abigail Lumsden, afkomstig uit Californië, studeerde piano aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam bij Hans Dercksen. Zij studeerdecum laude af in 1988. In 1994 studeerde zij af voor koordirectie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Jan Boogaarts. Inmiddels is zij vaste pianiste bij de theater/zanggroep "Friend in Music" en bij het orkest "Fantastique"o.l.v. Charlotte Bon.

De Haarlemse muziekschool "het Muzenhuis" heeft haar in dienst als piano-, keyboard-, viool- en koordocente. Ook leidde zij tot voor kort het koor "The Crystal Singers" in Hilversum en momenteel toert zij door het hele land met de muziektheaterproductie van de stichting Tamar. Zij voeren het stuk Kwaaie moeders op.

Abigail maakt zelf popmuziek en speelt viool. Bij afwezigheid van Sam treedt zij op als diens vervanger.

top

Drie dirigenten van het VU-koor

Het VU-koor is sinds de oprichting geleid door verschillende dirigenten. Een van onze leden, Frank Ramakers, is -weliswaar met tussenpozen- al zolang betrokken bij het koor, dat hij drie hiervan heeft mogen meemaken. Dit maakt een vergelijkingmogelijk van deze drie personen en hun 'aanpak'.

In de jaren zeventig stond van Randwijk voor het koor. Hij was een kleurrijk persoon, van oorspong opera-zanger. Bij hem stond, naast de zangkwaliteit, ook de 'show' hoog in het vaandel. Zo keurde hij het af dat er tijdens een concert vanuit de partituur werd gezongen. Van Randwijk was in de jaren '50 solist bij de Nederlandse Opera. Hij leidde behalve het VU-koor ook het Volendams Operakoor. Onder zijn leiding heeft het VU-koor operamuziek gezongen (o.a. het paaskoor Caveleria Rusticana Mascagne). Nas het afscheid van van Randwijk in 1975 leidde Sam twee jaar het koor.

In 1977 nam Huub Kerstens het dirigeerstokje over. Hij is een groot liefhebber van moderne muziek, hetgeen duidelijk te zien is in zijn repertoire-keuze. Het kon hem vaak niet modern genoeg, de inkt was soms bij wijze van spreken nog nat als het stuk al op het programma stond. De stukken waren in het algemeen ingewikkelder dan in de tijd van van Randwijk. Soms zelfs zo ingewikkeld dat (aspirant) leden erdoor werden afgeschrokken. De traditie van het koor tot het zingen van moderne muziek werd onder bezielende leiding van Huub Kerstens stevig gegrondvest.

Vanaf 1984 staat het koor onder leiding van Sam ten Velden. De traditie tot het zingen van moderne muziek kreeg onder zijn leiding een nieuw gezicht. 'Modern' klinkende stukken wisselen af met makkelijker in het gehoor liggende stukken.

top

Wisten jullie dat.......

top

Overzichten

Composities geschreven voor het VU-koor

Uitgebrachte langspeelplaten en compact disks

1970 l.p.:

VU-koor, VU-kamerkoor en VU-orkest
VU-koor:

1985 l.p.:

VU-koor en VU-orkest
VU-koor:

1990 c.d.:

VU-koor, VU-orkest en Ewald Kooiman
VU-koor:

1995 c.d.:

VU-koor, VU-orkest, VU-kamerkoor, VU-kamerorkest
VU-koor:

Uitgebrachte video's

top