Fauré

Fauré

Gabriel Fauré werd op 12 mei 1845 geboren in het Zuid-Franse Pamiers als zesde en jongste kind van een niet zo bijster muzikaal gezin. Al op jonge leeftijd bleek hij een muzikaal talent te hebben toen hij op het kerkorgel en op een piano ging improviseren. Zijn ouders vonden muziek echter niet belangrijk en stuurden hem daarom naar een reguliere school. Een van zijn leraren daar merkte zijn talent op en adviseerde dat hij naar de beroemde kerkmuziekschool van Niedermeyer moest gaan, waar hij van zijn negende tot zijn twintigste levensjaar les kreeg in diverse muzikale technieken, maar de nadruk lag op orgel en piano spelen. De Niedermeyerschool had als doel nieuwe organisten en koorleiders op te leiden in de oude stijl tegen de nieuwe trend in, waar kerkmuziek weinig meer was dan populair opera en theatergeluid.

De jonge Fauré wist toen nog niet dat hij deel zou uitmaken van een renaissance in de Franse kerkmuziek.

Op het internaat werd Niedermeyer als een soort vader voor hem. Niedermeyer wist dat hij met een speciale leerling te maken had en behandelde hem daarom anders dan andere leerlingen. Het moet daarom een extra grote schok voor Fauré geweest zijn toen zijn leraar in 1861 plotseling overleed. De maar 10 jaar oudere Camille Saint-Saëns werd zijn nieuwe pianoleraar. Ze konden goed overweg en hadden vergelijkbare doelen. Hier begon een levenslange vriendschap.

In 1865 verliet Fauré de school en hij kreeg al snel zijn eerste aanstelling als organist aan de Saint-Sauveur te Rennes. Hij was blij dat Saint-Saëns kort daarop een plek voor hem in Parijs vond. Toen in 1870 de Frans-Pruisische oorlog uitbrak werd hij opgeroepen voor het leger. Ook hier maakte hij makkelijk vrienden en tussen de gevechten door gaf hij spontane concerten voor zijn vrienden. Na de oorlog ging hij terug naar Parijs en werd assistentorganist in de kerk van Saint-Sulpice onder Charles-Marie Widor. Soms gingen ze tijdens een dienst met het orgel `duelleren' waarbij, improviserend op thema's, zij elkaar met verbazingwekkende modificaties om de oren sloegen. De toehoorders hadden waarschijnlijk geen idee waar zij getuige van waren.

De eerste jaren was de muziek van Fauré voornamelijk romantisch, geschreven in de strikte klassieke stijl die hij op school geleerd had. Fauré had echter de drang om zichzelf constant te vernieuwen in zijn composities. Hij wilde steeds nieuwe dingen proberen, dingen die nog niemand gedaan had, waardoor zijn muziek een continue persoonlijke en unieke progressie doormaakt. Hij ging gedichten gebruiken voor zijn muziek en las de betekenis achter de woorden. Zijn invloedrijke en beroemde vrienden gaven hem advies en hielpen hem zijn muziek ten gehore te brengen.

In het rigide muzikale establishment van Parijs in de tweede helft van de 19e eeuw was het moeilijk voor Fauré om geaccepteerd te worden. Saint-Saëns hielp hem met zijn invloed in 1877 aan de baan van koorleider en organist in de Madeleine, een van de belangrijkste kerken van Parijs na de Nôtre Dame. Dit was een erg prestigieuze positie, maar er kleefden wel nadelen aan, want de Madeleine was meer een ontmoetingscentrum voor de beau monde, die er kwam om te zien en gezien te worden, dan een kerk. Dat weerspiegelde zich in de muziekkeuze, die oppervlakkig was en op amusement gericht. Er was voor Fauré dus geen ruimte voor vernieuwende muziek. Omdat zijn werk voor de Madeleine ook nog eens weinig verdiende snabbelde hij wat bij door heel Parijs te doorkruisen om piano en harmonieles te geven. Hierdoor had hij geen tijd meer om te componeren. Met zijn stabiele baan kon hij nu wel gaan denken aan trouwen en door zijn aantrekkelijke uiterlijk en dromerige en mysterieuze uitstraling had hij veel aantrekkingskracht op de vrouwen. Hij was echter al hopeloos verliefd op Marianne Viardot. De altijd zo zwijgzame Fauré werd opeens extravert en vrolijk. Marianne twijfelde lang, zei ja, stelde het huwelijk uit om daarna de verloving toch te verbreken. Fauré was er kapot van en hoewel hij zijn emoties nooit in zijn muziek liet blijken is er weinig twijfel dat in een aantal stukken zijn gedeprimeerdheid hierover doorschemert. Uiteindelijk trouwt hij in 1883 met Marie Fremiet, gearrangeerd. Ze kregen twee zoons, maar al snel blijkt dat ze niet bij elkaar passen. Ze blijven getrouwd maar zien elkaar nooit en leven ieder hun eigen leven.

In 1896 volgt Fauré Massenet op als leraar compositie aan het Parijse conservatorium, met leerlingen als Ravel, Schmitt, Koechlin en Enescu. Vanaf 1905 was hij er directeur, de meest prestigieuze muzikale positie in Frankrijk, totdat hij in 1920 vanwege een verslechterend gehoor met pensioen ging. Hij ging echter wel door met componeren. Op een gegeven moment kon hij door zijn slechte gehoor de piano niet meer gebruiken om zijn composities te testen. Hij heeft die muziek nooit zelf gehoord, behalve wat hij zichzelf in zijn hoofd kon voorstellen van de muziek. Hij overleed op 4 november 1924 te Parijs.

Fauré's betekenis als componist is groot. Hij was de enige componist met naam in Frankrijk die geen officiële conservatoriumopleiding gevolgd heeft. Hoewel neigend tot classicisme, werd hij niet, zoals Saint-Saëns, een conservatief componist. Dank zij een met modale elementen verrijkte melodiek, een vaak ver doorgevoerde contrapuntiek en een oorspronkelijke harmoniek kwam hij tot een eigen, fijnzinnige en zeer gevarieerde schrijfwijze, waarin vele impressionistische vernieuwingen reeds te vinden zijn.

Omdat Fauré graag vernieuwend bezig was, heeft hij veel verschillende soorten muziek geschreven, te weten theatermuziek, opera, orkestmuziek, zangmuziek, kamermuziek en pianomuziek. De laatste drie hiervan zijn het meest bekend, maar zijn ware talent kwam vooral naar voren in zijn kamermuziek. De meeste orkestmuziek heeft hij zelf later vernietigd omdat het niet voldeed aan zijn hoge kwaliteitsstandaard. Er is geen twijfel over dat zijn meest bekende koorwerk het Messe de Requiem is. Het is geschreven tussen 1887 en 1890, kort na de dood van zijn vader in 1885 en zijn moeder in 1887. Door de lange periode waarin Fauré het Requiem schreef zijn er een aantal versies ontstaan die vooral verschilden op het gebied van orkestratie. Hoewel voor andere Requiemcomponisten het schrijven van een Requiem vaak gebeurde naar aanleiding van het overlijden van een dierbare, schreef Fauré naar eigen zeggen zijn Requiem "simplement pour le plaisir" en niet om aan zijn verdriet om de dood van zijn ouders uiting te geven. Hij was immers een componist die zichzelf steeds wilde vernieuwen en dus ook een keer een Requiem wilde schrijven.