Jacob

Jacob Gordon Percival Septimus Jacob werd geboren op 5 juli 1895 te Londen. Als 15-jarig scholier componeerde hij zijn eerste werk, dat op zijn middelbare school werd uitgevoerd. In de Eerste Wereldoorlog (in 1917) werd hij als krijgsgevangene naar Duitsland gebracht. Daar kreeg hij een orkest onder zijn hoede, hetgeen hem waardevolle ervaringen opleverde voor zijn latere carrière als componist.

Nadat de oorlog beëindigd was en Jacob naar Engeland was teruggekeerd, nam hij lessen aan het Royal College of Music. Hij volgde compositielessen bij Stanford en Vaughan Williams, harmonieleer en compositie bij Herbert Howells en directie bij Adrian Boult.

Daarna gaat zijn carrière snel. Na eerst docent te zijn geweest, wordt hij in 1926 professor in de Compositie en Instrumentatie aan het Royal College of Music. Dit zou hij tot zijn pensionering in 1954 blijven. Gedurende deze periode is hij bovendien leider van de Royal Amateur Society. Vanaf 1948 is hij redacteur van de muziek-uitgaven van uitgever Penguin en levert hij bijgedragen aan verscheidene naslagwerken en tekstboeken.

Naast al deze werkzaamheden vond hij toch nog tijd om veel te componeren, vooral orkest- en kamermuziek. Hij voelde zich bijzonder aangetrokken tot blaasinstrumenten en dat is in de vele solo-concerten terug te vinden. Gordon Jacob was vooral bekend om zijn vakmanschap op het gebied van het orkestreren. Zijn vroegere docent Vaughan Williams heeft hem hierover regelmatig om advies gevraagd.