The Nun's Priest's Tale

Het VU-koor heeft in juni 2007 het volgende programma uitgevoerd:
Het programma is twee maal uitgevoerd:

"The Nun's Priest's Tale" (1951) van Gordon Jacob

tale

Het verhaal van The Nun's Priest's Tale is onderdeel van de bekende Canterbury tales, welke op schrift gesteld zijn door de middeleeuwse Engelse dichter Geoffrey Chaucer (1342-1400).

In de raamvertelling van de Canterbury tales reist een groep van dertig mensen als pelgrims naar Canterbury (Engeland). De pelgrims, die uit verschillende lagen van de maatschappij afkomstig zijn, vertellen elkaar in de herberg verhalen om de tijd te doden. Het al meer dan 600 jaar voortdurende succes van de Canterbury Tales is toe te schrijven aan de scherpe, humoristische en levendige portrettering van de menselijke natuur en de kritiek op sociale misstanden in de maatschappij in de afzonderlijke verhalen. De vertellingen zijn een combinatie van morele allegorieën en van parodieën op de maatschappij van Chaucers tijd.

Na een verhaal over mannen die hun eer verloren hebben, willen de reizigers een verhaal horen over iemand die rijst in aanzien en zij vragen een van hen, de priester van een non in het gezelschap (van wie verder slechts verteld wordt dat hij een erg slecht paard bereed), hierover een verhaal te vertellen. Het verhaal van deze priester – the Nun's Priest's Tale – gaat over een voorname, nobele jonge haan genaamd Chanticleer, die met zeven kippen en verscheidene andere dieren 'in royal splendor' op het erf van een arme oude weduwe woont. De priester verhaalt over Chanticleers ontvoering door een vos en zijn uiteindelijke vrijlating. Het is deze vertelling die Jacob heeft bewerkt voor zijn muziekstuk The Nun's Priest's Tale. De componist verdeelde het stuk in tien delen, waarvan elk deel een episode van het verhaal uitbeeldt. Na een eerste introductie van de pastorale achtergrond van het drama volgen beschrijvingen van Chanticleers vele kwaliteiten. De haan wordt echter geplaagd door nachtmerries, waarin hij droomt dat hij aangevallen wordt door een monsterlijk beest. Zijn minnares, de hen Lady Pertelote, doet deze dromen af als fantasie. Totdat Chanticleers ergste dromen bewaarheid worden en hij inderdaad ontvoerd wordt. Gelukkig is de vogel in legendes vaak slimmer dan de vos.

Het in 1958 ontstane avondvullende koorwerk The Nun's Priest's Tale is het belangrijkste en grootste koorwerk van Gordon Jacob. Het is één van de muziekstukken die Jacob geïnspireerd door de Canterbury Tales heeft gecomponeerd. Jacobs bekende 'vriendelijke' stijl is in de compositie te herkennen, maar vergeleken bij andere werken van zijn hand is The Nun's Priest's Tale harmonisch agressiever en wordt er meer gebruik gemaakt van dissonanten. Jacobs grote kracht ligt in zijn fantasievolle benadering van het zich ontvouwende drama en in de door hem geschapen klankwereld waarin de muziek zeer beeldend de woorden versterkt.

Gordon Jacob (1895-1984)

tale

Gordon Percival Septimus Jacob werd geboren op 5 juli 1895 te Londen. Als 15-jarig scholier componeerde hij zijn eerste werk, dat op zijn middelbare school werd uitgevoerd. In de Eerste Wereldoorlog diende Jacob als soldaat aan het front. Hij overleefde, in tegenstelling tot zijn broer. In 1917 werd hij krijgsgevangen genomen en naar Duitsland gebracht. Daar kreeg hij een orkest onder zijn hoede, hetgeen hem waardevolle ervaringen opleverde voor zijn latere carrière als componist.

Nadat de oorlog beëindigd was en Jacob naar Engeland was teruggekeerd, nam hij lessen aan het Royal College of Music. Hij volgde compositielessen bij Stanford en Vaughan Williams, harmonieleer en compositie bij Herbert Howells en directie bij Adrian Boult.

Daarna gaat zijn carrière snel. Na eerst docent te zijn geweest, wordt hij in 1926 professor in de Compositie en Instrumentatie aan het Royal College of Music, waar hij latere beroemdheden als Imogen Holst en Joseph Horovitz tot zijn leerlingen mag rekenen. Dit zou hij tot zijn pensionering in 1954 blijven doen. Gedurende deze periode is hij bovendien leider van de Royal Amateur Society. Vanaf 1948 is Jacob redacteur van de muziekuitgaven bij uitgeverij Penguin en levert hij bijgedragen aan verscheidene naslagwerken en tekstboeken. Ook componeerde hij voor de kroning van Queen Elizabeth II in 1953 de National Anthem with Fanfare.

Naast al deze werkzaamheden vond Jacob, die inmiddels voor de tweede keer getrouwd was, toch nog tijd om veel te componeren, vooral orkest- en kamermuziek. Hij voelde zich bijzonder aangetrokken tot blaasinstrumenten en dat is in de vele solo-concerten van zijn hand terug te vinden. Gordon Jacob was vooral bekend om zijn vakmanschap op het gebied van het orkestreren. Zijn vroegere docent Vaughan Williams heeft hem hierover regelmatig om advies gevraagd.

Meer informatie

tale
Gordon Jacob Homepage http://www.gordonjacob.com/
The Nun's Priest's Tale op Wikipedia
(Met een samenvatting van het verhaal)
http://en.wikipedia.org/wiki/Nun%27s_Priest%27s_Tale
De tekst in het Middelengels met
interlineaal een vertaling in modern Engels
http://www.courses.fas.harvard.edu/~chaucer/teachslf/npt-par.htm#TALE
De tekst Middelengels/modern Engels http://classiclit.about.com/library/bl-etexts/gchaucer/bl-gchau-can-nun.htm