Janáček

Janáček Leos Janáček stamt uit een hele muzikale familie. Zijn eerste muziek- en zanglessen ontving hij aan een Augustijner klooster te Brno. In 1874 werd hij leerling aan de Praagse Orgelschool. Om zijn theoretische kennis te vergroten, studeerde hij aan de conservertoria te Leipzig en Wenen. Na zijn studies vestigde hij zich in Brno, waar hij een orgelschool stichtte. Deze school had een belangrijk aandeel in de muzikale vernieuwing van zijn vaderland. In deze periode begon Janáček ook te componeren.

Janáček was de voornaamste Tsjechische componist van het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. In tegenstelling tot zijn voorgangers Dvorak en Smetana is hij meer slavisch dan westers georiënteerd. Eigenaardig is dat Janáček pas op 70-jarige leeftijd internationaal beroemd werd, en wel door een werk dat hij 20 jaar eerder had gecomponeerd: de opera Jenufa. Na 1950 kan men van een Janáček -renaissance spreken en worden ook andere opera's in en buiten Europa geregeld uitgevoerd.

Informatie over enkele van de stukken.

Otčenáš - Onze Vader
Oorspronkelijk is het stuk niet meer dan een zetting van het Onze Vader op muziek. Het is in feite een kleine cantate, gebaseerd op 5 taferelen van de Poolse schilder Jozef Krzesz-Mecina (1860-1934). De eerste versie was bestemd voor gemengd koor met harmonium of piano. In 1906 schreef Düsseldorf een arrangement voor koor, harp en orgel. Dit is de versie die het VU-Koor zingt.

Mis in Es
Deze onvoltooide mis stamt uit 1907-1908. Janáček die normaal gesproken afweek van de normale Latijnse mistekst heeft voor deze Mis om pedagogische redenen de gewone tekst gebruikt. Hij schreef deze Mis als model voor de leerlingen uit zijn orgelklas. Dit fragment werd gecomponeerd in een periode dat kerkmuziek al lang niet meer op de voorgrond stond in zijn composities. Het is een ongewoon stuk, waarbij met name de kortheid van het Agnus Dei geeft een verrassend effect oplevert.