Poulenc
Francis Poulenc had z'n eerste successen al als 18jarige componist; zonder enige componeeropleiding. In grote lijnen bleef het zo. Hij volgde wel cursussen en opleiding, maar zijn componeerkennis bleef voor een groot deel autodidact.
Zijn eerste pianolessen kreeg hij van zijn moeder; later kreeg hij les van Ricardo Viçes. Via zijn pianoleraar werd hij lid van een groep jonge componisten: Les Six. Dit was een informeel gezelschap van Franse componisten in de jaren twintig die nieuwe Franse muziek wilden maken. Hun idee was de Franse muziek te ontdoen van het impressionisme en van Duitse invloeden. Hun muziek moest een mengeling zijn van invloeden van Stravinski, Satie en meer populaire invloeden, zoals Amerikaanse Jazz of Braziliaanse dansen. Elke componist in het gezelschap had daarbij zijn eigen voorkeur. Ze voelden zich verbonden met het kubisme en met Franse surrealistische schrijvers als Cocteau en Eluard.
Halverwege de jaren dertig richtte Poulenc zich, na de dood van een vriend, op de katholieke kerk. Hij componeerde veel religieuze werken waardoor hij een van de meest bekende religieus georiënteerde componisten werd van de twintigste eeuw. Hij had daarbij ook veel aandacht voor koorwerken. In deze periode schreef hij onder meer zijn beroemde orgelconcert, Litanies á la Vierge Noire, de Mis in G en quatre motets pour le Temps de Pénitence. Ondanks dat de stukken relatief kort van lengte zijn, hebben ze een enorme kracht.
Zoals bij veel Franse componisten uit dezelfde periode, hoor je in het werk van Poulenc invloeden van Satie en Stravinski. Desondanks heeft hij ook een "eigen" geluid. Zijn composities zijn te herkennen aan de schitterende, ongewone diatonische harmonieën en de sterke ritmiek. Daarnaast worden ze ook gekenmerkt door een grote eenvoud. Er wordt geen nieuwe realiteit geschapen, zoals bijvoorbeeld de droomwereld van Ravel, maar de gewone mens in de gewone wereld staat centraal.
Poulenc schreef ook veel kamermuziek (voor piano en blaasinstrumenten) en een drietal opera's. Daarnaast schreef hij orkestwerken. Uit zijn latere periode komt ook de "Gloria".