Requiem
Fauré's opvattingen over de requiemmis wijken sterk af van de gebruikelijke. Dat is vooral toe te schrijven aan zijn eigen relativerende godsdienstige opvattingen, die van mildheid getuigden en wars waren van dogmatiek. Naast de sfeer paste hij ook de tekst van de requiemmis aan. Het Requiem drukt ook zijn persoonlijke gevoelens over en houding ten opzichte van de dood uit. Hij zei in 1902:
Deze afwijkende opvattingen leidden tot het weglaten van het grootste deel van het Dies Irae en het gehele Benedictus, en het toevoegen van een Libera Me (zoals ook Verdi deed) en een In Paradisum. Deze laatste twee horen eigenlijk niet meer bij de eigenlijke dodenmis, maar bij de begrafenisliturgie. Het Libera Me is oorspronkelijk een gesproken gebed om absolutie dat op de mis volgt, en het In Paradisum wordt uitgesproken buiten de kerk bij de eigenlijke begrafenis. Hieruit blijkt dat Fauré met de traditie wilde breken.
In 1888 voerde Fauré het Requiem uit bij de begrafenis van een beroemd architect. Na afloop kreeg hij het commentaar dat hij zich bij het vaste repertoire van de Madeleine moest houden. Ondanks deze ontmoedigende woorden werd zijn Requiem zeer populair in heel Europa en ongetwijfeld zijn bekendste werk. Het hele werk heeft het karakter van stille droefheid en mist de monumentale werking en theatrale effecten van andere Requiems. De dood wordt slechts als een vredige slaap geduid en daarom wordt het Requiem wel het "wiegenlied van de dood" genoemd.
Het hele Requiem bestaat uit zeven delen, met het Pie Jesu als centrum:
- Introitus en Kyrie
- Offertorium
- Sanctus
- Pie Jesu
- Agnus Dei
- Libera me
- In paradisum