Het VU-koor door de jaren heen

Het VU-koor door de jaren heen

Voormalige dirigenten

Het VU-koor heeft sinds de oprichting in  1950  vijf verschillende dirigenten gehad. In 2012 werd voor het eerst een vrouwelijke dirigent benoemd.

Henk J. Smit

Voordat het VU-koor echt bestond moesten heel wat drempels overwonnen worden. De oprichting duurde wel 10 jaar. De eerste optredens van wat later het VU-koor zou gaan worden waren in 1950 op een lustrumfeest van het VU-corps. Die optredens bevielen zo goed dat er een definitief koor werd gevormd: “Studentenkoor aan de Vrije Universiteit”, o.l.v. Henk J. Smit. Dit eerste koor van de Vrije Universiteit was helaas geen lang leven beschoren. Het heeft maar tot 1952 bestaan.

In de jaren daarna werd veel moeite gedaan om het koor nieuw leven in te blazen. Het duurde echter tot 1955 voordat er een mannenkoor werd geformeerd speciaal voor de feestelijkheden vanwege het 75-jarig bestaan van de Vrije Universiteit. Dat mannenkoor was een succes en de zangers wilden graag blijven zingen; het liefst met dezelfde dirigent namelijk Simon C. Jansen. Ze kregen uiteindelijk toestemming van het VU-bestuur en de verantwoordelijke studentenvereniging om door te gaan, mits er ook vrouwen bij zouden komen, zodat het een gemengd koor zou worden.

Simon C. Jansen (1911-1980)
Het VU-koor stond onder zijn leiding van 1955 tot 1960. Naast dirigent van het VU- koor was hij ook organist in de Westerkerk te Amsterdam en heeft daar het Westerkerkkoor opgericht.

Simon C. Jansen was 44 jaar toen hij dirigent van het VU-koor werd. Hij had daarvoor aan het Amsterdams Conservatorium orgel en piano gestudeerd. In 1936 behaalde hij het solistendiploma. In 1937 verhuisde hij met z’n vrouw naar Arnhem, omdat hij was aangesteld als organist van de Eusebiuskerk in de Gelderse hoofdstad. Het bombardement en de gevechten i.v.m. de slag om Arnhem in september 1944 zorgden voor de verwoesting van de Eusebiuskerk en het orgel. Vlak daarna is Simon C. Jansen weer terug naar Amsterdam verhuisd.

Reinhardt van Randwijk
Van Randwijk volgde in 1960 Simon C. Jansen op als dirigent van het VU-koor. Hij was  strenger dan zijn voorganger Simon C. Jansen. De repetities begonnen stipt op tijd en de koorleden moesten zich bij het bestuur afmelden wanneer zij niet aanwezig konden zijn. Bovendien werd de pauze afgeschaft. Zijn argument was: “Als ze de kans krijgen dan knijpen ze er in de pauze tussen uit”.

De zangcarrière van Reinhardt van Randwijk werd door de Tweede Wereldoorlog onderbroken, omdat hij geen lid wilde worden van de Cultuurkamer. Na de oorlog toog hij naar Amsterdam, waar hij in het Nederlands Kamerkoor belandde. In 1958 begon hij aan een nieuwe carrière: die van muziekleraar aan het Christelijk Lyceum Buitenveldert. Het door hem opgerichte schoolkoor en -orkest musiceerden op een redelijk niveau.

Met de komst van dirigent Reinhardt van Randwijk in 1960 ging het VU-koor groeien. Door actieve wervingscampagnes breidde het ledental zich in twee stappen uit: Eerst in 1962 en nog een keer aan het begin van het studiejaar 1965/1966.
Van Randwijk programmeerde altijd religieuze werken, een enkele uitzondering daargelaten. Het was vooral de keus van Van Randwijk, waarin het koor meeging. Bovendien pasten religieuze werken binnen het karakter van de Vrije Universiteit. Van Randwijk werkte met een programmacommissie die met veel enthousiasme moeilijke werken aandroeg. Hoofdzakelijk klassieke muziek, maar ook wel moderne.

In mei 1966 zing het VU-koor in Vlissingen:
… − Negro-spirituals
… − Waarom maken de boeren de pap zo dun (bew. Felix de Nobel)

Maar in oktober 1970 was het repertoir weer zeer klassiek:
Praetorius − In Dulci Jubilo
Sweelinck − Hodie Christus Natus Est
Purcell − Nunc Dimittis
Purcell − Magnificat
Schütz − Psalm 100
Dit concert werd gegeven ten gunste van inwijding van het pijporgeltje dat de VU had aangeschaft.

De invloed van de jaren ’60 kwam met vertraging tot uiting in het VU-koor In de eerste helft van de jaren ’70 werd de organisatie wat rommeliger en had Van Randwijk minder grip op de gang van zaken. In 1975 ging hij met pensioen. Hij verliet toen het VU-koor, het VU-kamerkoor en de VU. Daarna konden veranderingen in muzikaal beleid en in uiterlijke zaken, onder opvolgers van Van Randwijk zonder veel strijd plaatsvinden.
Toen Van Randwijk vertrok, verliet een groot deel van de vaste oude kern het VU-koor. Maar nieuwe leden meldden zich en het koor ging verder.

Jean Marie ten Velden (1946 –  )
Jean-Marie ten Velden was tussen 1975 en 1977 interim-dirigent. Hij startte met de programmering van moderne koormuziek (de Psalmensymfonie van Igor Stravinsky!). Bij het koor sloeg dat echter nog niet aan, waardoor dirigent en bestuur moeten teruggrijpen op klassieker repertoire.
Sam werd in 1984 voor de tweede keer dirigent van het VU-koor. Tussen 1975 en 1977 was hij al dirigent van het VU-koor geweest. In 1977  kreeg Sam een aanbieding van een orkest. Daarom, maar ook vanwege zijn andere activiteiten, moest hij in 1977 afscheid nemen van het VU-koor, hoewel hij met genoegen dirigeerde.
Toen in september 1984 geen vervanger voor de vertrekkende Huub Kerstens kon worden gevonden, werd Sam ten Velden als vervanger gevraagd. Hij nam tevens deel aan de sollicitatieprocedure en werd voor de tweede maal als dirigent van het VU-koor aangenomen.

Jean-Marie (Sam) ten Velden werd in 1984 voor de tweede keer dirigent van het VU-koor. Tussen 1975 en 1977 was hij al dirigent van het VU-koor geweest. In 1977  kreeg Sam een aanbieding van een orkest. Daarom, maar ook vanwege zijn andere activiteiten, moest hij in 1977 afscheid nemen van het VU-koor, hoewel hij met genoegen dirigeerde.
Toen in september 1984 geen vervanger voor de vertrekkende Huub Kerstens kon worden gevonden, werd Sam ten Velden als vervanger gevraagd. Hij nam tevens deel aan de sollicitatieprocedure en werd voor de tweede maal als dirigent van het VU-koor aangenomen.

Het bestaande muzikale beleid van Huub Kerstens bleef gehandhaafd. Op het programma stonden twintigste eeuwse werken, variërend van muziek uit het begin van de eeuw tot zeer recent uitgebrachte werken. Regelmatig werden componisten benaderd om speciaal voor het koor een compositie te schrijven. Of Man en Echo, een gedicht van Maaike Kroesbergen waren twee composities van Willem Woestenburg. Een nieuwe generatie componisten kreeg een kans om hun werken uit te laten voeren. Ook aan jonge uitvoerende musici wilde Sam de mogelijkheid bieden om nieuw(er) repertoire uit te voeren en podiumervaring op te doen. Daarnaast werkte Sam met veel plezier samen met andere studentenkoren en -orkesten. Onder Huub Kerstens was de moeilijkheidsgraad van het repertoire gestaag gestegen Jean-Marie ten Velden nam wat dat betreft wat gas terug.

In februari 1987 trad het VU-koor op in poptempel Paradiso te Amsterdam voor de Nederlandse première Video-opname: “Hieroglyph”. Een afstudeerproject van studenten van de Rietveld Academie te Amsterdam. Het koor zong Kurt Weill − Die Bürgschaft.

Het kerstconcert van 1994 werd gegeven in de Mozes en Aäronkerk te Amsterdam.
Het programma:
Britten − A Ceremony  of Carols
Thompson − Cantata
Thompson − Feast of Praise
Shewan − A Feast of Carols 

Jean-Marie ten Velden was een voorstander van meerdere uitvoeringen van een ingestudeerd programma. Dit streven sloot aan bij de wens van de Vrije Universiteit om het koor ook buiten Amsterdam te laten optreden. Naast eigen concerten verleende het Vu-koor ook zijn medewerking aan projecten van andere koren. En als het VU-koor voor bijzondere projecten uitgenodigd wordt verleende Jean Marie ten Velden graag zijn medewerking. In 1989 bijvoorbeeld heeft het koor gezongen voor een promotie film van Amnesty International.

Naast het VU-koor had Sam ook de leiding over Pro Musica te Bussum, het koor van het Sweelinck Conservatorium en het koor van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Daarnaast was hij docent directie en ensembleleiding aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam. Sam ten Velden nam in 2012 afscheid van het koor. Hij had het VU-koor meer dan 25 jaar geleid.

Huub Kerstens (1948-1999)
Huub Kerstens was drie jaar dirigent van het Amsterdams Universiteitskoor, toen hij in 1977 gevraagd werd om het dirigeerstokje van het VU-koor over te nemen van Jean-Marie ten Velden. Onder Huub Kerstens kwam het accent volledig te liggen op concerten. Het feest na een concert was een ‘must’ en het was traditie dat Huub Kerstens een korte toespraak hield.

Onder Huub Kerstens’ leiding ging het koor modern repertoire zingen, wat voor de koorleden een uitdaging en avontuur betekende. Huub Kerstens had altijd al een voorliefde voor moderne muziek gehad. Het bracht volgens hem leven in de brouwerij. Bovendien, “wat het VU-koor doet, dat is enig in Nederland. Geen enkel ander koor doet dit”.
Veel van zijn ideeën kon hij bij het VU-koor realiseren. De programmakeuze, het opdracht geven aan componisten (die anders misschien nooit voor koor geschreven zouden hebben) is zowel voor die componisten als voor het koorrepertoire belangrijk geweest.
In 1984 stopte Huub Kerstens met de vier Amsterdamse studentenkoren waarover hij de leiding had, waaronder het VU-koor en het VU-kamerkoor. Een belangrijk motief voor zijn afscheid was, dat het componeren steeds belangrijker voor hem werd.

Uiteindelijk bleek Huub Kerstens toch graag een eigen koor te leiden. Hij was tussen 1986 en 1999 dirigent en artistiek leider van het door hem opgerichte “Koor Nieuwe Muziek” en het “Ensemble Nieuwe Muziek”

 

Levensloop van het VU-koor

Het VU-koor heeft een rijke historie. Elke dirigent en elk bestuur drukte een stempel op het repertoire. En de tijdsgeest speelde ook een rol bij de keuze van de stukken.

Jaren ’50 en ’60

In de beginjaren heeft het VU-koor opgetreden met het Bachorkest. Simon Jansen (dirigent van 1955-1960) was ook de dirigent van het Bachkorkest, dus dat kon prima gecombineerd worden. In die tijd hebben de organisten Ton Koopman en Bernard Winsemius het VU-Koor ook begeleid.

Zingen tijdens een kerkdienst op zondag deed het koor vaak. Tijdens repetitieweekenden werd ter plekke geregeld dat het koor op zondag, in een kerk vlakbij, kon zingen. Voor het koor was dat een goede oefening om voor publiek te zingen, en de leden vonden het erg leuk. Veelal vonden de concerten plaats in kerken. Voor de Carmina Burana (mei 1967) echter reserveerde het bestuur het Concertgebouw. Van een ingestudeerd programma vonden meestal meerdere uitvoeringen plaats. En daarbij werd in verschillende plaatsen opgetreden. Er werd ook opgetreden tijdens VU-dagen (Dies Natalis)

De instrumentale begeleiding was heel wisselend. Samenwerking vond plaats met een orkest of met een ensemble van conservatoriumstudenten. Voor de grotere vocale solopartijen werden beroepsmusici ingehuurd, terwijl de kleinere partijen vaak door koorleden gezongen werden. Veelal vonden de concerten plaats in kerken. Voor de Carmina Burana (mei 1967) echter reserveerde het bestuur het Concertgebouw.

Jaren ’70 en ’80

De kleding van de koorleden was in de tweede helft van de jaren ’70 tijdens de concerten heel divers. Iedereen trok aan wat hij wilde. Voor het afsluitend concert van het eeuwfeest van de VU in 1980 deed het bestuur veel moeite om het hele koor in het zwart te laten optreden. Tijdens volgende concerten werd het langzamerhand weer gebruikelijk om in het zwart gekleed te gaan. Onder Huub Kerstens (1977-1984) kwam het accent volledig op concerten te liggen. Hoogtepunt tijdens zijn directie vormde de deelname aan het Holland Festival in de jaren ’80. Concerten met hele moderne muziek werden afgewisseld met concerten met oudere muziek.

Tijdens Huubs directie werd het VU-koor meestal begeleid door een orkest. Dat waren beroepsorkesten, met uitzondering van enkele samenwerkingsprojecten met het VU-orkest. Ook de solisten waren professionele musici, regelmatig afkomstig uit het Nederlands Kamerkoor. In 1979 werd het koor uitgenodigd door het Residentie Orkest de Psalmensymfonie van Stravinsky te zingen. Van het Utrechts Symphony Orkest volgde eveneens een uitnodiging. Beide keren werkte ook het Nederlands Dans Theater mee. Naast de samenwerking met andere studentenkoren die door Huub Kerstens geleid werden zong het koor een enkele keer samen met het Hoofdstadkoor.

Jaren ’90

1995 was een jaar vol activiteiten in binnen- en buitenland. In het voorjaar werd, zowel in Düsseldorf als in Amsterdam, de opdrachtcompositie “Of Man” van Willem Woestenburg uitgevoerd. In oktober vond tevens de viering van het 115-jarig bestaan van de Universiteit plaats. Ter gelegenheid hiervan vond in het Concertgebouw een gezamenlijk concert van de verschillende muziekgezelschappen van de Vrije Universiteit plaats. Enkele dagen later was daar ook ons “eigen” concert. Uitgevoerd werd “The Nun’s Priest’s Tale” van Gordon Jacob, in samenwerking met het VU-orkest en het Tilburgs Studentenkoor Contrast. Dit stuk was in 1992 al eens eerder uitgevoerd in aanwezigheid van de weduwe van Gordon Jacob.

Het hoogtepunt voor veel koorleden vormde de concertreis naar Tsjechië. Op uitnodiging van het VU-orkest wordt in Praag deelgenomen aan het “Festival of Student Orchestras” in Praag. Tevens wordt een concert gegeven in de Tsjechische stad Brno.

Het VU-koor over de eeuwgrens

Ten tijde van Jean-Marie  ten Velden (1984-2012) vond samenwerking met professionele orkesten bijna niet meer plaats en met professionele solisten ook incidenteel. Daarvoor in de plaats kwam (weer) vocale en instrumentale begeleiding door conservatorium studenten. Net als in de jaren ’50 en ’60. Er werd ook vaak samengewerkt met studentenorkesten zoals het UVA Orkest J.Pz. Sweelinck en het VU-orkest. En met koren buiten Amsterdam zoals het Krashna Musica uit Delft en het studentenkoor Contrast uit Tilburg.

De Carmina Burana en een deel van de Cattulli van Orff werden gezongen in januari 2001 in het Concertgebouw Amsterdam vanwege het nieuwjaarsconcert van de VU-Vereniging. Tevens zong het VU-koor deze stukken in de Beurs van Berlage in Amsterdam en het Concertgebouw in Haarlem (de huidige Philharmonie).

Met Annemiek van der Ven, dirigent sinds 2012, is het koor weer een andere muzikale weg ingeslagen. Geen definitieve keuze meer tussen oude en moderne muziek, maar gewoon mooie koorwerken. Hierbij speelt muziek uit 19de eeuw wel een grote rol. De samenwerking met andere muziekgezelschappen gaat ook nu gewoon door.